Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2019
2021
van Bruggen, C. | Bannink, A. | Groenestein, C.M. | Huijsmans, J.F.M. | Lagerwerf, L.A. | Luesink, H.H. | Ros, M.B.H. | Velthof, G.L. | Vonk, J. | van der Zee, T.
Inglés. In the Netherlands, agricultural activities are a major source of gaseous emissions of ammonia (NH3), nitrogen oxide (NO), nitrous oxide (N2O), methane (CH4), non-methane volatile organic compounds (NMVOC), carbon dioxide (CO2) from lime fertilisers and urea fertiliser, and particulate matter (PM10 and PM2.5). The emissions were calculated using the National Emission Model for Agriculture (NEMA). In 2019, NH3 emissions from livestock manure, fertiliser and other sources on farms and hobby farms, from private use and from manure application in terrestrial ecosystems amounted to 112.0 million kg NH3, 6.2 million kg less than in 2018. This decrease was due mainly to the reduction in the size of the dairy herd. Emissions of N2O in 2019 were 18.8 million kg, 0.6 million kg less than in 2018. Emissions of NO in 2019 amounted to 21.7 million kg, 0.7 million kg less than in 2018. Emissions of CH4 decreased from 484 to 480 million kg due to the smaller dairy herd. Emissions of NMVOC amounted to 87.8 million kg in 2019, down from 89.6 million kg in 2018. Emissions of particulate matter PM10 decreased from 5.9 in 2018 to 5.4 million kg in 2019 and PM2.5 emissions decreased from 0.6 to 0.5 million kg. Emissions of CO2 from lime fertilisers and urea decreased from 83.1 to 80.1 million kg. Based on new data for several factors which are described in this report, emission figures have been updated for a number of years in the time series since 1990. Emissions of NH3 from livestock manure have fallen by two-thirds since 1990, mainly as a result of lower nitrogen excretion rates of livestock and the introduction of low-emission manure application. Emissions of N2O and NO decreased over this period by 42% and 35% respectively, less markedly than the NH3 reduction because of higher emissions from manure injection (compared with surface spreading manure) and a shift from excretion on pasture to excretion in animal houses. Emissions of CH4 decreased by 18% between 1990 and 2019 due to a decrease in livestock numbers and increased feed use efficiency of dairy cattle. Emissions of PM10 increased by 9% in the same period due to laying poultry farms switching from housing systems with liquid manure to systems with solid manure.
Mostrar más [+] Menos [-]Holandés; flamenco. Landbouwkundige activiteiten vormen in Nederland een belangrijke bron van gasvormige emissies van ammoniak (NH3), stikstofoxide (NO), lachgas (N2O), methaan (CH4), niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS), CO2 uit kalkmeststoffen en ureum, en fijnstof (PM10 en PM2,5). De emissies zijn berekend met het National Emission Model for Agriculture (NEMA). In 2019 bedroeg de NH3-emissie uit dierlijke mest, uit kunstmest en overige bronnen in de landbouw, bij hobbybedrijven, bij particulieren, en bij mestafzet op natuurterreinen in totaal 112,0 miljoen kg NH3, 6,2 miljoen kg minder dan in 2018. De stikstofexcretie van de veestapel daalde in 2019 ten opzichte van 2018 door krimp van de melkveestapel. De N2O-emissie lag in 2019 met 18,8 miljoen kg 0,6 miljoen kg onder het niveau van 2018. De NO-emissie daalde in 2019 met 0,7 miljoen kg tot 21,7 miljoen kg. De CH4-emissie daalde door de krimp van de melkveestapel van 484 naar 480 miljoen kg. De emissie van NMVOS daalde van 89,6 naar 87,8 miljoen kg. De emissie van fijnstof PM10 daalde van 5,9 miljoen kg in 2018 tot 5,4 miljoen kg in 2019 en de emissie van PM2,5 daalde van 0,6 naar 0,5 miljoen kg. De CO2-emissie uit kalkmeststoffen en ureum daalde van 83,1 tot 80,1 miljoen kg. Op basis van in het rapport beschreven nieuwe gegevens zijn voor enkele jaren in de tijdreeks nieuwe cijfers berekend. Sinds 1990 is de NH3-emissie uit dierlijke mest met tweederde gedaald, vooral door een lagere stikstofexcretie en door emissiearme mesttoediening. Emissies van N2O en NO daalden in dezelfde periode eveneens, maar minder sterk met respectievelijk 42% en 35%. Door het in de bodem brengen van mest zijn deze emissies toegenomen ten opzichte van bovengrondse mesttoediening en daarnaast door een verschuiving in excretie van weide naar stallen. Tussen 1990 en 2019 daalde de emissie van CH4 met 18% door een afname van de dieraantallen en hogere voederefficiënties van melkvee. De PM10 emissies stegen in dezelfde periode met 9%, door de omschakeling bij legpluimvee van stalsystemen met natte naar vaste mest.
Mostrar más [+] Menos [-]Palabras clave de AGROVOC
Información bibliográfica
Este registro bibliográfico ha sido proporcionado por Wageningen University & Research