Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2020
2022
van Bruggen, C. | Bannink, A. | Bleeker, A. | Bussink, D.W. | Groenestein, C.M. | Huijsmans, J.F.M. | Kros, J. | Lagerwerf, L.A. | Luesink, H.H. | Ros, M.B.H. | van Schijndel, M.W. | Velthof, G.L. | van der Zee, T.
anglais. In the Netherlands, agricultural activities are a major source of gaseous emissions of ammonia (NH3 ), nitrogenoxide (NO), nitrous oxide (N2O), methane (CH4 ), non-methane volatile organic compounds (NMVOC), carbon dioxide(CO 2 ) from lime fertilisers and urea fertiliser, and particulate matter (PM10 and PM2.5 ). These emissions were calculated using the National Emission Model for Agriculture (NEMA). In 2020, NH3 emissions from livestock manure, fertiliser and other sources on farms and hobby farms, from private use and from manure application in terrestrial ecosystems amounted to 113.4 million kg NH3 . This is 0.6 million kg higher than in 2019. Nitrogen excretion from livestock in 2020 was almost the same as in 2019. Emissions of N2 O in 2020 were 19.1 million kg, equal to the level in 2019. Emissions of NO increased by 0.2 million kg in 2020 to 22.3 million kg. Emissions of CH4 decreased slightly from 479 to 477 million kg. Emissions of NMVOC also decreased slightly, from 87.8 to87.6 million kg. Emissions of particulate matter PM10 decreased from 5.5 in 2019 to 5.4 million kg in 2020 and PM 2.5 emissions remained at 0.5 million kg. Emissions of CO2 from lime fertilisers and urea decreased from 85.2 to78.2 million kg. Based on new data for several factors described in this report, emission figures were updated for a number of years in the time series. Emissions of NH3 from livestock manure have decreased by two-thirds since1990, mainly as a result of lower nitrogen excretion rates and the introduction of low-emission manure application. Emissions of N2O and NO also decreased over the same period, but less markedly than the NH3 reduction, by 41% and 33% respectively. Manure injection led to an increase in these emissions compared with surface spreading of manure, while the shift from grazing to housing led to a reduction in these emissions. Emissions of CH4 decreasedby 19% between 1990 and 2020 due to a decrease in livestock numbers and increased feed use efficiency of dairy cattle. Emissions of PM10 increased by 12% in the same period due to laying poultry farms switching from housing systems with slurry manure to systems with solid manure.
Afficher plus [+] Moins [-]néerlandais; flamand. Landbouwkundige activiteiten vormen in Nederland een belangrijke bron van gasvormige emissies van ammoniak(NH3 ), stikstofoxide (NO), lachgas (N2O), methaan (CH4 ), niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS), CO2uit kalkmeststoffen en ureum, en fijnstof (PM10 en PM2,5 ). De emissies zijn berekend met het National Emission Model for Agriculture (NEMA). In 2020 bedroeg de NH3 -emissie uit dierlijke mest, uit kunstmest en uit overige bronnen in de landbouw en bij hobbybedrijven, uit dierlijke mest en kunstmest bij particulieren en bij mestafzet op natuurterreinen in totaal 113,4 miljoen kg NH3 . Dit was 0,6 miljoen kg meer dan in 2019. De stikstofexcretie van de veestapel was in 2020 vrijwel gelijk aan de excretie in 2019. De N2 O-emissie was in 2020 met 19,1 miljoen kg gelijk aan het niveau van 2019. De NO-emissie nam in 2020 iets toe, met 0,2 miljoen kg tot 22,3 miljoen kg. DeCH4 -emissie daalde licht van 479 naar 477 miljoen kg. De emissie van NMVOS daalde licht van 87,8 naar 87,6 miljoen kg. De emissie van fijnstof PM 10 daalde van 5,5 miljoen kg in 2019 tot 5,4 miljoen kg in 2020 en de emissie van PM 2,5 bleef 0,5 miljoen kg. De CO 2 -emissie uit kalkmeststoffen en ureum daalde van 85,2 naar78,2 miljoen kg. Op basis van in het rapport beschreven nieuwe gegevens zijn voor enkele jaren in de tijdreeks nieuwe cijfers berekend. Sinds 1990 is de NH3 -emissie uit dierlijke mest met twee derde gedaald, vooral door een lagere stikstofexcretie en door emissiearme mesttoediening. Emissies van N2O en NO daalden in dezelfde periode eveneens, maar minder sterk met respectievelijk 41% en 33%. Door het in de bodem brengen van mest zijn de N2 O- en NO-emissies toegenomen ten opzichte van bovengrondse mesttoediening en daalden daarnaast door een verschuiving in excretie van weide naar stallen. Tussen 1990 en 2020 daalde de emissie van CH4 met 19% door een afname van de dieraantallen en hogere voeder-efficiënties van melkvee. De PM 10 -emissies stegen in dezelfde periode met 12%, door de omschakeling bij legpluimvee van stalsystemen met natte naar vaste mest.
Afficher plus [+] Moins [-]Mots clés AGROVOC
Informations bibliographiques
Cette notice bibliographique a été fournie par Wageningen University & Research
Découvrez la collection de ce fournisseur de données dans AGRIS